Ga jij voor de griepprik?

De griepprik is niet populair onder zorgpersoneel. Deskundigen raden aan om er wél voor te kiezen. Ook door hygiënisch te werken, kun je besmetting voorkomen.

Tekst Nicole Mulders

tvvnov08

 

Foto ANP/Koen Suyk

Geen jaarlijkse griepprik voor Rynate Minnema. Zij is verzorgende bij zorginstelling Beweging 3.0 in Amersfoort (voorheen Amant). ‘Ik vind het onzin. Het is heel natuurlijk om af en toe ziek te zijn.’ Ze begrijpt dat de prik niet alleen het personeel, maar ook kwetsbare cliënten beschermt. Maar dat is voor haar geen reden om zich te laten vaccine­ren. ‘Het is een lastige kwestie.’ Haar collega’s zijn onder­ling verdeeld. Minnema: ‘Ieder maakt zijn eigen afweging.’

‘Met vaccinatie voorkom je dat je kwetsbare patiënten besmet.’

Zorginstelling Beweging 3.0 biedt de griepprik al tientallen jaren aan als onderdeel van het arbo- en preventiebeleid. Jaarlijks krijgen zeshonderd medewerkers – dertien procent van het totaal – de vaccinatie. Voorlichting gaat via intranet, posters, mailings, werkoverleg en via persoonlijke commu­nicatie. De griepprik is puur een preventiemaatregel, aldus HR-manager Daniël Sinjou: ‘De vaccinatie zorgt voor een hogere weerstand van ons personeel, waardoor er minder uitval en verlies aan arbeidsproductiviteit is en dus minder verzuimkosten zijn. Daarnaast biedt de prik bescherming aan onze cliënten.’ Alhoewel Sinjou fervent voorstander is van de prik, voelt hij niets voor een verplichting. ‘Het is beter om heldere informatie te geven en de prik toeganke­lijk te maken, onder andere door deze op de werkplek aan te bieden. Verplicht stellen is te geforceerd en leidt alleen maar tot weerstand.’

Verzorgende Inn Smid van Beweging 3.0 laat zich al vijf jaar op rij vaccineren. ‘Ik wil mezelf beschermen tegen het griepvirus’, legt ze uit. ‘Het is in het belang van onze cliënten. Met hen moetje rekening houden. Je moet ze niet aan virussen blootstellen.’ De toegankelijkheid van de vac­cinatie is een pluspunt voor Smid. ‘De prik kunnen we op ons werk halen. Dat is een stuk makkelijker dan wanneer je ervoor naar de huisarts moet. Zelfs bij onze salarisstrook krijgen we daar een berichtje over.’ Wel of niet vaccineren is volgens Smid een onderwerp voor het verzorgend per­soneel onderling. ‘Maar collega’s die weigeren, moeten dat zelf weten. Daar vel ik geen oordeel over. Die keuze moet je iedereen persoonlijk laten maken.’

‘Vaccineren is dé methode om infectie te voorko­men’, stelt Dorien Maas van arbodienst Maetis. Voor haar opleiding tot bedrijfsarts schreef zij de scriptie Influenzavaccinatie voor gezondheidspersoneel. Hoe te komen tot een hogere vaccinatiegraad? Haar pro-vaccinatie-standpunt wordt ondersteund door de Gezondheidsraad en enkele medische beroepsgroepen. ‘Dankzij vaccinatie voor­kom je datje kwetsbare patiënten besmet’, aldus Maas. ‘En de prik beschermt het personeel zelf.’ Vaccinatie bij zorgpersoneel blijkt meer griep (ongeveer 75 procent effectiviteit) te voorkomen dan wanneer de kwetsbare patiënten zelf gevaccineerd worden (ongeveer 35 procent effectiviteit). De prik zorgt daardoor zelfs voor een lager sterftecijfer onder kwetsbaren.

De aandacht voor vaccinatie is nog vers. Pas de laatste jaren zijn hiervoor richtlijnen opgesteld, met in 2004 de Nederlandse Vereniging van Verpleeghuisartsen (NVVA) als pionier. De verantwoordelijkheid voor het aanbieden van de vaccinatie ligt bij de werkgever, bepaalde minister Ab Klink van Volksgezondheid. ‘Maar’, zegt Maas, ‘veel instellingen nemen die verantwoordelijkheid helaas onvoldoende.’ De vaccinatiegraad onder zorgpersoneel is in Nederland inderdaad laag. ‘De vaccinatiegraad in verpleeg- en verzorghuizen in ons land ligt bijvoorbeeld rond 10 procent; in Amerika ligt dat op 38 procent’, aldus Maas. Vanwaar dat verschil? ‘Verzorgenden in Amerika kennen een veel grotere aansprakelijkheid. Die nemen dus geen risico.’

Pleit Maas, mits dat wettelijk mogelijk zou zijn, voor een verplichting? ‘In Amerika wordt onderzocht of de wet hierop aangepast kan worden. Maar nee, ik vind dat we het eerst op alle andere mogelijke manieren moeten proberen. Ik pleit wel voor een dringend advies aan instellingen om hun personeel te vaccineren. Ze zijn verplicht alles in het werk te stellen voor het welzijn van hun mensen. Een griep­prik valt daar wat mij betreft onder.’ Volgens Maas is betere voorlichting nodig. ‘Maar wil goede voorlichting effect hebben, dan moetje eerst bekijken welke opvattingen het zorgpersoneel over de griep en de vaccinatie heeft.’ Uit haar ontlerzoek blijkt dat vooral jong personeel de ziekte onder­schat. ‘Jongeren hebben geen epidemie meegemaakt. Maar bij de epidemieën in 1918, 1957 en 1968 vielen wereldwijd miljoenen doden.’ Uit haar onderzoek blijkt dat niet alleen verzorgenden, maar ook bedrijfsartsen misvattingen over de griep en de griepprik hebben. ‘Dat is weinig bemoedi­gend’, zegt Maas.

Jaarlijks krijgt gemiddeld één op de tien mensen de griep, en jij kunt een van hen zijn.

Het grootste misverstand onder personeel wordt gevormd door de angst voor bijwerkingen. Compleet onterecht, volgens Maas. ‘Die zijn minimaal.’ Ook de angst voor injecteren speelt een rol. Verder is een gangbare gedachte: ‘Waarom zou ik mijn gezonde lichaam aan iets blootstel­len?’. De kosten – volgens Maas’ berekening per verzorgen­de 27,50 euro voor de prik inclusief het injecteren – kunnen voor de instellingen een struikelblok zijn. ‘Maar verzor­genden die zich laten vaccineren zijn minder vaak ziek. Dus het is uiteindelijk kostenbesparend’, concludeert ze. Maas pleit dan ook voor effectieve voorlichting. ‘Voorlichtingscampagnes moeten jaarlijks herhaald worden en informatie bevatten over onder meer de griep, het vac­cin en de mogelijke bijwerkingen. Ook is het van belang dat het personeel zich bewust wordt van de voordelen van vaccinatie. Daarnaast moet de vaccinatie plaatsvinden op of vlak bij de eigen werkplek.’ Volgens Maas kan het belang van de griepprik niet voldoende benadrukt worden. ‘Niets is zo effectief als vaccineren.’

In 1918, 1957 en 1968 vielen wereldwijd miljoenen doden.

Ook infectiepreventieadviseur Thea Daha pleit voor de griepprik aan zorgpersoneel. Zij werkt voor de Werkgroep Infectie Preventie, die richtlijnen maakt op het gebied van infectiepreventie in de gezondheidszorg. Daha is óók voorstander van een goede hygiëne. Het gevaar op besmetting is immers verraderlijk. ‘De incubatietijd is enkele dagen, dus het virus kan al aanwezig zijn – met kans op besmetting – terwijl er nog geen symptomen zijn, en je dus niets merkt.’ Haar advies? ‘Houd je aan de algemene hygiënemaatregelen. Was je handen als je gehoest hebt en geen zakdoek bij je hebt. En was je handen grondig voor en na het contact met een patiënt. Daarmee voorkom je de overdracht van micro-organismen en beperk je de kans op besmetting.’ Slechts 40 procent van het medisch personeel houdt zich volgens Daha aan die hygiënemaatregelen. ‘Veel te weinig, natuurlijk. En we krijgen het probleem niet opgelost. De randvoorwaarden zijn aanwezig, zoals voldoende wasbak­ken en schoon water. Gedragswetenschappers en psycho­logen buigen zich nu over de vraag waarom zo weinig mensen zich aan de hygiënemaatregelen houden.’ Daha is er fervent voorstander van dat verzorgenden zich jaarlijks laten vaccineren tegen het griepvirus. ‘Verplichten kunnen we het niet (zie kader Rechten en plichten, red.), maar we raden het wel dringend aan. De verzorgenden zelf, maar vooral ook de patiënten, hebben daar baat bij. Het is een krachtig instrument tegen het virus.’

Dat laatste onderstreept Marie-Louise Heijnen, program­macoördinator Nationaal Programma Grieppreventïe van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). ‘Het is slim wanneer zorgpersoneel zich laat vaccineren. Maar iedereen moet daar zijn of haar eigen afweging in maken.’ Heijnen wijst op de voordelen van vaccinatie van verzorgenden. ‘Een griep zou je jezelf kunnen besparen. Maar belangrijker vind ik dat je de kans op besmetting van ouderen en andere kwetsbaren verkleint. En daarmee voor­kom je een verslechtering van hun gezondheid, zoals een ontregeling van suikerziekte bij een diabetespatiënt of een longontsteking bovenop de griep bij een kankerpatiënt.’

Heijnen wil graag de hardnekkige misverstanden over griep en de vaccinatie uit de weg ruimen. Zoals dat een griepje wel mee zou vallen. ‘Je kunt ook als jong, gezond persoon één of twee weken flink ziek zijn.’ Of dat je van de prik juist griep zou krijgen. ‘Dat is onmogelijk.’ Dat er bijwerkingen zouden zijn. ‘Die zijn er nauwelijks.’ Of het argument dat jij toch nooit ziek wordt en een vaccinatie daarom zinloos is. ‘Jaarlijks krijgt gemiddeld één op de tien de griep, en daar kun je zelf ook bij zitten.’ Nadelen heeft vaccineren volgens Heijnen niet. ‘Behalve misschien dat je de prik elk jaar opnieuw moet halen.’                                      •


Rechten en plichten

Zorginstellingen zijn niet verplicht de griepprik aan te bieden. Evenmin kunnen instellingen die de vaccinatie aanbieden verzorgenden verplichten zich te laten vaccineren. Dat heeft volgens Ingrid van den Berg van vakbond ABVAKABO FNV alles te maken met het behoud van de integriteit van het eigen lichaam. ‘Met de zelf­standigheid van het individu dus. Daar mag een ander geen inbreuk op maken. Of er moeten zwaarwegende redenen voor zijn, maar dat is nauwelijks vast te stellen.’ Een prikweigerend personeelslid staat dus sterk. ‘Bovendien twijfelen sommigen aan het effect van het griepvaccin, een argument dat je als verzorgende ook in de strijd kunt gooien.’ Kan een verzorgende aan de andere kant wel een prik van de werkgever eisen? ‘Daarover is niets in de wet geregeld. Maar wij vinden dat als zorgpersoneel zich wil laten vaccineren de werkgever de kosten ervan gewoon moet betalen.’


Feiten & cijfers

–  Griep wordt veroorzaakt door een besmettelijk virus.

–  Gemiddeld krijgt één op de tien mensen elk jaar griep.

–  Het virus verspreidt zich via heel kleine druppeltjes tijdens hoesten of niezen en via de handen.

– Het besmettingsgevaar is van veel factoren afhankelijk, zoals de veerstand van de ontvanger en het aantal contacten van de gever.

– De enige bewezen efficiënte methode van preventie is vaccinatie.

– Een griepprik wordt aanbevolen voor personen ouder dan 65 jaar, diabetici en volwassenen en kinderen met chronische ziekten (onder andere hart-, long- en nierziekten). Ook wordt de prik aangeraden aan per­sonen die veel in aanraking komen met bovengenoem­de personen, zoals medisch en verplegend personeel.

– De prik wordt afgeraden voor mensen met een ernstige allergie voor kippeneieren, vrouwen in het eerste tri­mester van hun zwangerschap en baby’s jonger dan zes maanden.

– Vorig jaar kregen, net als de jaren daarvoor, bijna drie miljoen Nederlanders de griepprik. Dit jaar zal dat aantal waarschijnlijk hoger komen te liggen, op 3,7 miljoen, vanwege de verlaging van de adviesleeftijd van 65 naar 60 jaar.

– Ook niet-geïndiceerden kunnen de griepprik halen, maar daarover zijn geen cijfers bekend. Ook zijn er geen landelijke cijfers bekend over het aantal verzor­genden dat de griepprik krijgt.

– De ideale periode voor vaccinatie is tussen medio oktober en medio november.